Apporteerblok
Het apporteerblok is een onderdeel van IGP programma, voorheen IPO. De officieel door FCI erkende blokken zijn er in 3 klassen. Het IGP 1 blok weegt 650 gram. Het IGP 2 blok weegt 1000 gram. En het IGP 3 blok tenslotte weegt 2000 gram. Het apporteerblok dankt zijn naam aan het Franse apporter. Dit betekent brengen. We kennen het ook in de jacht waar de honden retrievers worden genoemd.
De oefeningen met een apporteerblok
Binnen de IGP is het gewoon een oefening die bestaat uit drie onderdelen. De eerste oefening is het apporteren vlak over de grond. De tweede oefening is apporteren over de meterhaag. En tenslotte is de derde oefening apporteren over de schutting. Bij deze oefening kan men veel punten winnen, maar ook verliezen.
Niet voor niets wordt het een technische oefening genoemd
Apporteerblok hond
Het aanleren van apporteren lijkt soms zo eenvoudig, maar schijn bedriegt. Veel honden hebben een aanleg hiervoor maar knagen toch te veel op het blok. Er zijn verschillende mogelijkheden voor het aanleren hiervan. Zo heeft Knut Fuchs de Havatar ontwikkeld, een apporteerblok die vele mogelijkheden bied.
Raddog heeft het zogenaamde trainingsblok. Dit apporteerblok is voorzien van twee touwtjes in de wangen waardoor je de hond dichter bij kan krijgen. En door middel van kleine rukjes aan het touw kun je de hond het blok leren vasthouden.
Ook is er het magnetische blok van RADDOG. Hierbij kun je 1 wang verwijderen. Er zijn twee uitvoeringen van, eentje met een houten tussenstuk en eentje met een nylon tussenstuk. Het idee hierachter is dat de hond zich minder opgesloten voelt en dus makkelijker het tussenstuk pakt.
Vaak gestelde vragen over apporteerblokken en IGP apporteren
Binnen het FCI-IGP-programma worden verschillende apporteerblokken gebruikt. Welk gewicht nodig is, hangt af van het niveau van de hond en van de apporteeroefening.
Volgens het actuele FCI-IGP-reglement wordt bij het apporteren op vlakke grond gewerkt met:
- IGP-1: 650 gram
- IGP-2: 1.000 gram
- IGP-3: 2.000 gram
Bij IGP-1 wordt niet meer met een apporteerblok over de haag gewerkt. De hond maakt daar twee sprongen zonder apport. Bij IGP-2 en IGP-3 wordt over de haag geapporteerd met een 650 grams apporteerblok.
Ook bij de schutting is er verschil. Bij IGP-1 en IGP-2 wordt volgens het huidige reglement niet geapporteerd over de schutting. Bij IGP-3 gebeurt dit wel en wordt eveneens een 650 grams apporteerblok gebruikt.
RADDOG heeft de officiële gewichten van 650 gram, 1.000 gram en 2.000 gram in het assortiment, zodat je tijdens de training met het juiste gewicht voor jouw IGP-niveau kunt werken.
Train uiteindelijk met het materiaal dat de hond tijdens zijn examen tegenkomt, maar gebruik tijdens de opbouw het materiaal waarmee je hem de oefening het beste kunt leren.
Het belangrijkste verschil tussen de drie IGP apporteerblokken is het gewicht. Voor het apporteren op vlak terrein gebruikt de hond bij IGP-1 een blok van 650 gram, bij IGP-2 een blok van 1.000 gram en bij IGP-3 een blok van 2.000 gram.
Dat verschil in gewicht heeft meer invloed dan je misschien zou verwachten. Een hond kan een licht blok technisch uitstekend apporteren, maar anders gaan bewegen, pakken of vasthouden wanneer het gewicht wordt verhoogd.
Daarom moet de overgang naar een zwaarder apporteerblok gecontroleerd worden opgebouwd.
Let daarbij niet alleen op of de hond het gewicht fysiek kan dragen. Kijk vooral of de kwaliteit van het apporteren behouden blijft. Blijft de hond snel en gemotiveerd naar het blok gaan? Pakt hij het middenstuk direct? Houdt hij het blok rustig en stevig vast? Komt hij met dezelfde snelheid terug?
Het doel is niet om zo snel mogelijk met het zwaarste blok te trainen.
Het juiste gewicht is het gewicht waarmee je op dat moment technisch goed kunt werken en dat past bij het niveau waarop je de hond voorbereidt.
Een FCI-IGP apporteerblok moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Volgens het actuele FCI-reglement moet het middenstuk dat de hond in de bek neemt van hout zijn, moet het voorgeschreven gewicht correct zijn en moet de afstand tussen het middenstuk en de grond minimaal 4 centimeter bedragen.
Tijdens een officieel IGP-examen of een wedstrijd worden bovendien de apporteerblokken gebruikt die door de organiserende vereniging beschikbaar worden gesteld. Alle deelnemers werken dus met dezelfde blokken. De geleider gebruikt bij IGP niet zijn eigen apporteerblok.
Dat is belangrijk om tijdens de training rekening mee te houden.
Je kunt thuis of op de vereniging verschillende trainingsblokken gebruiken om de techniek op te bouwen, maar uiteindelijk moet de hond ook vertrouwd zijn met een reglementair houten apporteerblok.
RADDOG heeft hiervoor houten apporteerblokken van 650 gram, 1.000 gram en 2.000 gram. De RADDOG IGP-blokken zijn bedoeld voor zowel training als de voorbereiding op wedstrijd en examen.
Omdat correct apporteren een technische oefening is die uit meerdere onderdelen bestaat.
Op het eerste gezicht lijkt apporteren eenvoudig: je gooit een blok weg en de hond brengt het terug. In werkelijkheid moet er tijdens één oefening ontzettend veel goed gaan.
De hond moet gemotiveerd vertrekken, doelgericht naar het apporteerblok gaan, het blok direct en correct opnemen, rustig en stevig vasthouden, snel terugkomen, de juiste positie voor de geleider innemen en het blok vervolgens op commando afgeven.
Wanneer één van die onderdelen niet goed gaat, is het niet altijd verstandig om iedere keer de volledige oefening opnieuw te doen.
Daarom bestaan er trainingsapporteerblokken.
RADDOG heeft hiervoor verschillende oplossingen, waaronder een trainingsblok met touwen, magnetische systemen, houten en nylon tussenstukken, de Apporteerblok Flex en de Havatar.
Met verschillende hulpmiddelen kun je onderdelen van de apporteeroefening afzonderlijk trainen en daarna weer samenvoegen.
Als één onderdeel van de oefening verbetering nodig heeft, train dan gericht dat onderdeel. Niet automatisch honderd keer de complete oefening.
Een officieel IGP apporteerblok vertegenwoordigt uiteindelijk de vorm waarin de hond de apporteeroefening tijdens een examen of wedstrijd moet uitvoeren.
Een trainingsapporteerblok is juist gereedschap voor de weg daarnaartoe.
Dat verschil is belangrijk.
Bij het aanleren van apporteren hoeft een jonge of onervaren hond niet direct de volledige wedstrijdoefening met het uiteindelijke gewicht uit te voeren. Misschien wil je eerst alleen het rustig vasthouden aanleren. Misschien wil je werken aan het correct pakken van het middenstuk. Of misschien is juist het snel terugkomen naar de geleider het onderdeel dat aandacht nodig heeft.
Een technisch trainingsblok kan je op zo’n moment meer mogelijkheden geven dan een standaard wedstrijdblok.
Wanneer het gewenste gedrag stabieler wordt, bouw je de ondersteuning weer af en werk je steeds verder richting het officiële apporteerblok.
Het wedstrijdblok laat zien waar je uiteindelijk naartoe wilt. Het trainingsblok helpt je om daar stap voor stap te komen.
Kauwen op het apporteerblok is een bekend probleem bij het aanleren van de apporteeroefening. Ook RADDOG benoemt dit als een van de uitdagingen waarvoor verschillende trainingshulpmiddelen kunnen worden ingezet.
Voordat je probeert het probleem op te lossen, is het belangrijk om eerst goed te kijken wanneer de onrust ontstaat.
Pakt de hond het blok al onrustig op? Begint het kauwen tijdens het terugkomen? Houdt hij onderweg goed vast, maar wordt hij onrustig zodra hij voor de geleider zit? Of ontstaat het probleem op het moment dat de hond verwacht dat het blok wordt afgenomen?
Dat zijn verschillende situaties en vragen dus ook om een verschillende aanpak.
Het kan daarom verstandig zijn om het vasthouden als afzonderlijke oefening te trainen. De hond leert eerst wat een rustige, vaste grip is, zonder dat hij tegelijkertijd alle andere onderdelen van het apporteren hoeft uit te voeren.
Pas wanneer dat duidelijk wordt, voeg je de verschillende onderdelen weer samen.
Kijk niet alleen naar het zichtbare probleem. Zoek uit op welk moment in de oefening het probleem ontstaat. Dáár begint je training.
Een trainingsapporteerblok met touw geeft de geleider extra mogelijkheden tijdens het technisch aanleren van het apporteren.
Het RADDOG trainingsblok is voorzien van twee touwen in de wangen van het apporteerblok. Volgens RADDOG kunnen deze onder andere worden gebruikt om de hond dichter bij de geleider te krijgen en om tijdens het aanleren invloed uit te oefenen op het vasthouden van het blok.
Het grote voordeel is dus dat de geleider tijdens de trainingsfase mogelijkheden heeft die een normaal houten wedstrijdblok niet biedt.
Het is daarbij belangrijk om zo’n trainingsblok te zien als tijdelijk technisch hulpmiddel.
Het doel is niet dat de hond alleen correct kan apporteren wanneer er touwen aan zijn blok zitten. Het doel is dat je het hulpmiddel gebruikt om gewenst gedrag duidelijk te maken en de ondersteuning vervolgens weer kunt afbouwen.
Uiteindelijk moet de hond dezelfde technische kwaliteit laten zien met een regulier IGP-apporteerblok.
Goed trainingsmateriaal maakt de hond niet afhankelijk van het hulpmiddel. Het helpt de hond begrijpen wat je van hem vraagt.
Een magnetisch apporteerblok geeft de trainer de mogelijkheid om de vorm van het apporteerblok tijdens het aanleren aan te passen.
Bij het RADDOG-systeem kan één wang van het apporteerblok worden verwijderd. De gedachte hierachter is dat de hond zich bij het aanleren minder opgesloten voelt tussen beide zijkanten en gemakkelijker het middenstuk kan pakken. Binnen het systeem zijn onder andere houten en nylon tussenstukken beschikbaar.
Dat kan interessant zijn wanneer je heel specifiek wilt werken aan het pakken van het middenstuk.
Wanneer de hond begrijpt wat de bedoeling is, kan de oefening verder worden opgebouwd richting de complete vorm van het apporteerblok.
Dit laat ook goed zien waarom RADDOG verschillende trainingsapporten aanbiedt.
Niet iedere hond heeft hetzelfde apporteerprobleem.
De ene hond moet vooral leren rustig vast te houden. Een andere hond moet gemakkelijker leren insteken op het middenstuk. En weer een andere hond heeft vooral hulp nodig bij de positie voor de geleider.
Het beste trainingshulpmiddel is het hulpmiddel dat past bij het technische onderdeel dat je op dat moment wilt verbeteren.
Bij het opbouwen van het gewicht van een apporteerblok moet de kwaliteit van de oefening voorop blijven staan.
Op vlak terrein loopt het officiële gewicht binnen FCI-IGP op van 650 gram bij IGP-1 naar 1.000 gram bij IGP-2 en uiteindelijk 2.000 gram bij IGP-3.
Een hond die uiteindelijk richting IGP-3 gaat, hoeft daarom niet zo snel mogelijk met twee kilogram te trainen.
Eerst wil je een hond die technisch begrijpt wat de bedoeling is. Direct naar het blok gaan, correct pakken, rustig vasthouden, gemotiveerd terugkomen en het blok gecontroleerd presenteren.
Daarna kan het gewicht verder worden opgebouwd.
Blijf daarbij goed kijken naar wat er gebeurt wanneer het blok zwaarder wordt. Verandert de snelheid? Wordt het opnemen minder overtuigend? Gaat de hond anders vasthouden of ontstaat er plotseling onrust?
Dan is dat informatie voor je training.
Het gewicht mag uiteindelijk omhoog, maar de kwaliteit van de oefening moet mee omhoog.
Een goede trainingsopbouw volgt daarom de ontwikkeling van de hond, niet andersom.
Begin bij het kiezen van een apporteerblok voor je hond niet bij het product, maar bij de oefening.
Vraag jezelf eerst af:
Wat wil ik op dit moment verbeteren?
Wil je de hond kennis laten maken met het vasthouden van een apporteerblok? Dan kan een technisch trainingsblok interessant zijn.
Wil je specifiek werken aan een rustige en stabiele grip? Kies dan een hulpmiddel waarmee je het vasthouden afzonderlijk kunt trainen.
Heeft de hond moeite met het correct pakken van het middenstuk? Dan kan een trainingssysteem met een aangepaste of verwijderbare wang mogelijkheden bieden.
Wil je ondersteuning tijdens het aanleren van het terugkomen en vasthouden? Dan kan een trainingsblok met touwen interessant zijn.
Is de techniek inmiddels goed en bereid je de hond voor op een FCI-IGP-examen? Dan wordt het tijd om voldoende met het juiste type houten blok en het voorgeschreven gewicht te trainen.
Voor vlak apporteren is dat volgens het actuele FCI-reglement 650 gram voor IGP-1, 1.000 gram voor IGP-2 en 2.000 gram voor IGP-3. Bij IGP-2 en IGP-3 wordt voor apporteren over de haag 650 gram gebruikt en alleen bij IGP-3 wordt nog met 650 gram over de schutting geapporteerd.
RADDOG heeft daarom niet alleen de drie reguliere IGP-gewichten in het assortiment, maar ook verschillende trainingsblokken, tussenstukken en andere hulpmiddelen voor de technische opbouw van het apporteren.
Het beste apporteerblok is niet automatisch het blok waarmee je uiteindelijk examen doet. Tijdens de training is het beste blok het blok dat je helpt om precies dát onderdeel te verbeteren waar de hond op dat moment aan toe is.















